Alles in liefde….

Soms word je moe van mensen en instanties. .. wat moet je ermee? ? Er dwars tegen in gaan of opzitten en pootjes geven. …

Dit is een vraag die mij redelijk vaak bezig houd.

In sommige gevallen gaat het niet om jou, als persoontje alleen, maar wordt er van je verwacht dat je “het” voor anderen doet.
Achteraf gezien lijkt het dan niet voor “die anderen” te zijn maar voor een 3e partij.
Dit is frustrerend, brengt tweestrijd, tenminste bij mij.

Uit geloofsovertuiging denk ik meteen aan de tekst: doe alles uit liefde of je het nou leuk vindt of niet….. maar waar ligt de grens?!
Laat je je leiden door verstand of door gevoel?

Bij mij komt dan in eerste instantie de tekst: “we zijn wel in de wereld, maar niet van de wereld” omhoog…..
Is dat dan de reden om te zeggen: “zoek het maar uit ik, doe niet mee”
Zelf merk ik dat ik recalcitrant wordt in dit soort situaties, en nee dit is niet (altijd) goed, dat weet ik. Er komt dan ook meteen een schakeling naar:”je doet het niet voor jezelf”.
Dan komt het volgende in mij op: Degene waar ik het “officieel” wel voor doe, heeft die er plezier van?
Tja, ik weet het op zo’n moment natuurlijk niet en ga er dan maar van uit dat dit wel het geval is. Dit betekent niet dat ik meteen kan genieten van wat er gebeurt.

Een en al Geestelijke strijd, mijn “oude” ik die “dwars” ligt en mijn “nieuwe” ik die kritisch kijkt, wat moet je er mee?

“Heer, wat een ellende dat ik heb toe gegeven aan deze ‘actie’, wilt u mij geduld geven.”

Ik ben hier eens over na gaan denken, en heb mij de vraag gesteld: Waar moet ik vast houden aan eigen principes, wanneer ben ik net zoals de wereld en wanneer ben ik zoals God het bedoeld heeft???
Als ik dan de bijbel erbij pak lees ik de volgende teksten Johannes 15:18 – 17:26 (bron biblija)

De haat van de wereld
18 Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze mij eerder haatte dan jullie. 19 Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen niet bij haar, want ik heb jullie uit de wereld weggeroepen. Daarom haat ze jullie. 20 Denk aan wat ik gezegd heb: een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen; maar wie zich aan mijn woorden gehouden heeft, zal zich ook aan jullie woorden houden.21 Dit alles zullen ze jullie vanwege mij aandoen, want ze kennen hem niet die mij gezonden heeft. 22 Ze zouden niet schuldig zijn als ik niet was gekomen en tegen hen had gesproken. Maar nu hebben ze geen excuus voor hun zonde. 23 Wie mij haat, haat ook mijn Vader. 24 En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat. 25 Zo ging in vervulling wat in hun wet geschreven staat: “Ze hebben mij zonder reden gehaat.” 26 Wanneer de pleitbezorger komt die ik van de Vader naar jullie zal zenden, de Geest van de waarheid die van de Vader komt, zal die over mij getuigen. 27 Ook jullie moeten mijn getuigen zijn, want jullie zijn vanaf het begin bij mij geweest.

16
1 Dit alles heb ik tegen jullie gezegd om te voorkomen dat jullie je geloof verliezen. 2 Jullie zullen uit de synagoge gezet worden, en er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen. 3 Maar ze doen dat omdat ze de Vader en mij niet kennen. 4 Ik zeg jullie dit nu, en wanneer die tijd komt zullen jullie denken aan wat ik gezegd heb. Ik heb dit niet al eerder verteld omdat ik nog bij jullie was. 5 Nu ga ik weg, naar hem die mij gezonden heeft, maar niemand van jullie vraagt: “Waar gaat u naartoe?” 6 Jullie zijn verdrietig, omdat ik jullie dat gezegd heb. 7 Werkelijk, het is goed voor jullie dat ik ga, want als ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als ik weg ben, zal ik hem jullie zenden.8 Wanneer hij komt zal hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is: 9 zonde – dat ze niet in mij geloven, 10 gerechtigheid – dat ik naar de Vader ga en jullie me niet meer zien, 11 oordeel – dat de heerser over deze wereld is veroordeeld.
12 Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. 13 De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. 14 Door jullie bekend te maken wat hij van mij heeft, zal hij mij eren. 15 Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb ik gezegd dat hij alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft. 16 Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug.’
17 Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”? 18 Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt hij toch?’ 19 Jezus begreep dat ze hem iets wilden vragen. Hij zei: ‘Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? 20 Waarachtig, ik verzeker jullie: je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen.21 Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen. 22 Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien, en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde afnemen. 23 Dan hoeven jullie mij niets meer te vragen. Maar ik verzeker jullie: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam – hij zal het je geven. 24 Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd, maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde volmaakt zijn.
25 Ik heb jullie dit alles in beelden verteld, maar er komt een tijd dat ik niet meer in beelden spreek, maar jullie zonder omwegen over de Vader vertel. 26 Als je dan iets vraagt in mijn naam, hoef ik het niet meer namens jullie aan de Vader te vragen, 27 want de Vader zelf heeft jullie lief, omdat jullie mij liefhebben en geloven dat ik van God ben gekomen. 28 Ik ben bij de Vader vandaan gegaan en naar de wereld gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de Vader.’
29 Toen zeiden de leerlingen: ‘Ja, nu spreekt u rechtstreeks en niet in beelden. 30 Nu begrijpen we dat u alles weet en dat niemand u iets hoeft te vragen, nu geloven we dat u van God bent gekomen.’ 31 Jezus vroeg: ‘Nu geloven jullie? 32 Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen, want de Vader is bij mij. 33 Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’

17

1 Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2 Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken. 3 Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. 4 Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt. 5 Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond.
6 Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, 7 en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. 8 Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden.
9 Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn 10 – alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. 11 Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar u toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn. 12 Zolang ik bij hen was heb ik hen door uw naam, die u mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan behalve hij die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling ging. 13 Nu kom ik naar u toe, en ik zeg dit terwijl ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde. 14 Ik heb hun uw woord gegeven. De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet bij de wereld hoor. 15 Ik vraag niet of u hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of u hen wilt beschermen tegen de duivel. 16 Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld hoor. 17 Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid. 18 Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de wereld hebt gezonden. 19 Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.
20 Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. 21 Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. 22 Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: 23 ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad.
24 Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd. 25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden. 26 Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’

Ik heb geleerd om me niet te schamen voor de keuzes die ik maak, helaas voelt dit niet altijd zo. Je bent en blijft een buiten beentje als je niet in het gareel van “de maatschappij” mee loopt. Dit laatste laat ik de laatste tijd steeds meer over me heen komen, omdat ik weet dat ik mijn beslissingen (probeer) neem in overleg met de Heer.

Ik besef mij dan ook dat het altijd een strijd zal blijven, dat ik altijd met mijn hoofd boven het maaiveld uit zal steken en hiervan ook de gevolgen zal accepteren.

God draagt ons op om niet van de wereld te zijn. Ik denk dat wij anders mogen zijn dan anderen, zolang je maar niet teveel aanstoot geeft aan anderen. Zolang je goed kan onderbouwen waarom je sommige keuzes maakt en daarbij in de gaten houdt dat je anderen niet schaadt, is het in mijn ogen goed. Dit houd niet in dat je altijd maar je zin door moet drijven, ook al schaad je anderen hier niet mee. Nee soms moet je echt wel iets doen waar je totaal geen zin in hebt. Als dit het geval is dan weet ik ook zeker dat God je hier de kracht voor geeft om het toch te doen en om er iets moois uit voort te laten komen.

En die mooie dingen zijn nu juist de vruchten die wij mogen dragen, de zaadjes die we mogen zaaien zodat God hier weer mee verder kan…
Dank je wel voor het delen op:

Reacties zijn welkom.